ECLI:NL:CRVB:2012:BW4472
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Beoordeling buiten behandeling stellen aanvraag bijstand wegens onvoldoende gegevens
Appellanten hadden bijstand ontvangen op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), maar deze werd ingetrokken per 1 oktober 2007. Na een onderzoek van de Nederlandse Ambassade in Ankara bleek dat appellanten belastingaangiftes hadden ingediend voor de helft van drie woningen in Turkije. Appellanten dienden op 17 december 2008 een nieuwe aanvraag om bijstand in, maar het college stelde de aanvraag buiten behandeling omdat zij onvoldoende gegevens over eigendom en financiering van de woningen hadden verstrekt.
Het college had appellanten verzocht om financiële en eigendomsgegevens van de woningen te overleggen, maar zij leverden alleen documenten over het perceel waarop de woningen stonden en verklaringen van familieleden. Appellanten gaven aan dat de woningen zonder vergunning waren gebouwd en geen eigendomsbewijzen hadden. De Raad oordeelde dat appellanten niet aannemelijk hadden gemaakt dat zij geen eigenaar waren en dat de verstrekte gegevens onvoldoende waren voor een goede beoordeling van de aanvraag.
Appellanten stelden dat de later overgelegde stukken alsnog betrokken moesten worden, maar de Raad volgde vaste rechtspraak dat gegevens na het primaire besluit in beginsel niet meetellen, tenzij redelijkerwijs niet binnen de termijn te verkrijgen. Dit was hier niet het geval. Ook het beroep op een ex nunc toetsing werd verworpen omdat de aanvraag buiten behandeling was gesteld.
De Raad concludeerde dat het college terecht en bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te stellen op grond van artikel 4:5 Awb Pro. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Rotterdam werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand werd buiten behandeling gesteld wegens onvoldoende verstrekte gegevens, en dit besluit werd bevestigd.