ECLI:NL:CRVB:2012:BW4445
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet verstrekken gevraagde woongegevens
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) sinds 2005. In november 2010 ontstonden twijfels over zijn woon- en leefsituatie, waarna het college zijn bijstand opschortte en hem verzocht om aanvullende gegevens te verstrekken, waaronder een ingevuld 7-dagenformulier.
Ondanks meerdere verzoeken leverde appellant niet alle gevraagde gegevens aan, met uitzondering van enkele bankafschriften. Het college trok daarop de bijstand met terugwerkende kracht in per 4 november 2010. Appellant stelde bezwaar in, maar dit werd ongegrond verklaard en ook de rechtbank verklaarde zijn beroep ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij voldoende duidelijkheid had gegeven over zijn situatie en dat de overige gegevens niet noodzakelijk waren. De Raad oordeelde echter dat appellant verwijtbaar naliet de essentiële gegevens binnen de gestelde termijn te overleggen, mede gezien de wisselende en onduidelijke verklaringen over zijn verblijfplaatsen.
De Raad bevestigde dat het college bevoegd was de bijstand in te trekken en dat het college dit redelijk had toegepast. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.