ECLI:NL:CRVB:2012:BW4173
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onvoorwaardelijk strafontslag wegens ernstig plichtsverzuim door onvoldoende openheid over schuldenpositie
Appellant was sinds 2003 werkzaam als medewerker arrestantenzorg bij de korpsbeheerder. Na het beëindigen van zijn schuldsaneringsregeling en het uitspreken van zijn faillissement, heeft appellant nagelaten tijdig en volledig openheid te geven over zijn financiële situatie aan de korpsbeheerder. Ondanks meerdere gesprekken en waarschuwingen heeft hij pas na herhaald vragen medegedeeld dat hij failliet was verklaard.
De korpsbeheerder heeft appellant bij besluit op 7 september 2010 onvoorwaardelijk ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat bij besluit van 11 april 2011 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit eveneens ongegrond.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het standpunt van de korpsbeheerder onderschreven. De Raad oordeelde dat appellant onvoldoende verantwoordelijkheidsbesef heeft getoond en zich niet integer en betrouwbaar heeft gedragen, hetgeen van hem als ambtenaar mocht worden verwacht. De opgelegde straf van onvoorwaardelijk ontslag werd niet als onevenredig beschouwd, mede omdat appellant gewaarschuwd was en hulp werd aangeboden die hij niet heeft aanvaard.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het onvoorwaardelijk ontslag wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd.