ECLI:NL:CRVB:2012:BW0297
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- H.C.P. Venema
- J.G. Treffers
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens bezit van softdrugs tijdens diensttijd bij Koninklijke Landmacht
Appellante, soldaat bij de Koninklijke Landmacht en leerling van het Schoolbataljon, werd op 19 maart 2008 betrapt met 0,2 gram softdrugs en materiaal om een joint te maken in haar woodlandtas. Ondanks haar ontkenning dat zij hiervan wist, werd zij ontslagen wegens wangedrag op grond van het Algemeen militair ambtenarenreglement.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat voldoende bewijs bestond dat appellante zich schuldig had gemaakt aan het bezit, mede op basis van verklaringen van collega’s. Het feit dat zij strafrechtelijk werd vrijgesproken, was niet doorslaggevend voor de bestuursrechtelijke beoordeling.
Het ontslag was in lijn met het geldende drugsbeleid, dat een zero tolerance hanteert voor softdrugs in diensttijd, waarbij een hoeveelheid tot 5 gram als gebruikershoeveelheid geldt. De Raad verwierp ook het beroep op een eerdere uitspraak van de voorzieningenrechter en vond geen sprake van willekeur of onrechtvaardige behandeling.
Hoewel de Raad erkende dat de procedurele regels niet strikt waren nageleefd, zag zij geen nadeel voor appellante en verbond hieraan geen gevolgen. De Raad bevestigde het ontslag en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het ontslag van appellante wegens bezit van softdrugs tijdens diensttijd wordt bevestigd.