ECLI:NL:CRVB:2012:BW0190
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant heeft op 20 oktober 2009 een herhaalde aanvraag ingediend bij het Uwv om terug te komen op een eerdere afwijzing van een WAO-uitkering uit 1996. Het Uwv heeft deze aanvraag afgewezen omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren gesteld, zoals vereist op grond van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij nog steeds ziek is en daarom recht heeft op een WAO-uitkering. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het Uwv bevoegd was het onderzoek te beperken tot de vraag of nieuwe feiten of omstandigheden waren gesteld. De Raad bevestigde dat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden had aangevoerd en dat het Uwv terecht het verzoek heeft afgewezen.
De Raad concludeerde dat het Uwv niet onredelijk of in strijd met rechtsregels heeft gehandeld. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WAO-uitkering bevestigd.