ECLI:NL:CRVB:2012:BW0111
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- M. Hillen
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting en terugvordering
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB. Na een onderzoek van de Dienst Werk en Inkomen bleek dat appellant werkzaamheden verrichtte bij een bedrijf, zonder dit te melden aan het college. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld.
Het college trok de bijstand met ingang van 14 juli 2010 in en vorderde de ten onrechte ontvangen bedragen terug. Appellanten maakten bezwaar, maar de rechtbank verklaarde dit ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat hij slechts hand- en spandiensten verrichtte zonder economische meerwaarde en dat het gebruik van een bedrijfsauto een vriendendienst was.
De Raad oordeelde dat appellant wel degelijk werkzaamheden verrichtte die economische waarde hadden en dat het hem duidelijk had moeten zijn dat dit van invloed was op zijn recht op bijstand. Door het niet verstrekken van informatie kon het college het recht op bijstand niet vaststellen. De Raad bevestigde daarom de intrekking en terugvordering en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De intrekking van bijstand en terugvordering worden bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting.