ECLI:NL:CRVB:2012:BV9823
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- M. Hillen
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenverplichting
Betrokkene heeft bij de Dienst werk en inkomen van Amsterdam een bijstandsaanvraag ingediend en verklaard alleenstaand te zijn, terwijl hij feitelijk een gezamenlijke huishouding voert met [E.O.]. Appellant heeft na onderzoek de aanvraag van [E.O.] afgewezen en de bijstand van betrokkene ingetrokken wegens het niet melden van de gezamenlijke huishouding, wat een schending van de inlichtingenverplichting inhoudt.
De rechtbank had het beroep van betrokkene gegrond verklaard omdat zij oordeelde dat er geen bewijs was dat betrokkene onjuiste informatie had verstrekt. De Centrale Raad van Beroep stelt echter dat betrokkene uit het aanvraagformulier had kunnen en moeten afleiden dat zijn situatie als gezamenlijke huishouding moest worden opgegeven en dat hij zijn inlichtingenverplichting heeft geschonden door dit niet te doen.
De Raad oordeelt dat de intrekking van de bijstand terecht is en vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze dat anders bepaalde. Tevens vernietigt de Raad het besluit dat genomen is ter uitvoering van de rechtbankuitspraak. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand blijft in stand.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens het niet melden van een gezamenlijke huishouding is terecht en blijft in stand.