ECLI:NL:CRVB:2012:BV9781
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers
Appellant, geboren in 1939 in Nederlands-Indië, heeft meerdere verzoeken ingediend om als burger-oorlogsslachtoffer te worden erkend en een periodieke uitkering te ontvangen op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). De eerste aanvraag in 1989 werd afgewezen omdat de omstandigheden niet onder de Wubo vielen. Latere verzoeken tot herziening in 2000 en 2007 werden eveneens afgewezen, waarbij het ontbreken van nieuwe gegevens doorslaggevend was.
In februari 2011 diende appellant opnieuw een verzoek in, dat door verweerder werd afgewezen en gehandhaafd na bezwaar. De Raad toetste dit besluit terughoudend vanwege de discretionaire bevoegdheid van verweerder tot herziening. Appellant bracht geen nieuwe feiten of gegevens naar voren die tot een andere beoordeling zouden leiden. Verwijzingen naar familieleden waren reeds onderzocht en boden geen bevestiging van het meemaken van executies of mishandelingen.
De Raad concludeerde dat het besluit van verweerder om niet tot herziening over te gaan standhoudt en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door A. Beuker-Tilstra, in aanwezigheid van griffier R.L.G. Boot.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van het herzieningsverzoek wordt ongegrond verklaard.