ECLI:NL:CRVB:2012:BV9395
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij hoger beroep tegen afwijzing bijstandsaanvraag
Verzoekster diende op 12 november 2010 een aanvraag in voor bijstand op grond van de Wet werk en bijstand. Het college van burgemeester en wethouders van Hengelo stelde deze aanvraag aanvankelijk buiten behandeling, waarna bij bezwaar het college de aanvraag afwees. De voorzieningenrechter van de rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond.
Verzoekster ging in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep en vroeg om een voorlopige voorziening. Zij stelde dat zij onvoldoende inkomsten had om de huur voor februari en maart 2012 te betalen, waardoor zij een huurachterstand had en dreigde met huisuitzetting zonder aparte procedure.
De voorzieningenrechter oordeelde echter dat niet was voldaan aan de voorwaarde van onverwijlde spoed zoals vereist in artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Verzoekster had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij daadwerkelijk in haar bestaansvoorziening werd bedreigd. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.