ECLI:NL:CRVB:2012:BV9104
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor eigen werk ondanks klachten
Appellante, voormalig medewerkster in een bloemenkwekerij, meldde zich ziek terwijl zij een WW-uitkering ontving. Verzekeringsarts De Wild concludeerde dat haar klachten niet terug te voeren waren op objectieve afwijkingen en achtte haar geschikt voor haar werk. Na bezwaar en aanvullend onderzoek door bezwaarverzekeringsarts Carere bleef deze conclusie gehandhaafd, mede omdat de psychische klachten niet medisch objectiveerbaar waren en het werk niet psychisch belastend was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en vond het onderzoek van de verzekeringsartsen zorgvuldig. Ook het ontbreken van een functiebeschrijving werd niet als bezwaar gezien omdat er geen medische afwijkingen waren vastgesteld. In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren en bracht zij extra medische informatie in, evenals het verzoek tot inschakeling van een deskundige.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek niet onzorgvuldig was, dat appellante geen gebruik had gemaakt van de mogelijkheid tot een tolk bij de bezwaarverzekeringsarts, en dat de medische situatie juist was beoordeeld. De Raad zag geen aanleiding voor het inschakelen van een deskundige en vond dat de bezwaarverzekeringsarts voldoende inzicht had in de aard van het werk. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de weigering van de Ziektewetuitkering gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewetuitkering omdat appellante geschikt is voor haar eigen werk.