ECLI:NL:CRVB:2012:BV9081

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 maart 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-5199 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • H.J. Simon
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 BeroepswetArt. 4:6 Awb
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot herziening uitspraak arbeidsongeschiktheidsuitkering

Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een uitspraak uit 2009 waarin het Uwv het verzoek om een arbeidsongeschiktheidsuitkering had afgewezen. Het verzoek tot herziening was gebaseerd op een vermeende ernstige fout in een medisch rapport uit 1974 en een verklaring van een culturele vereniging. Tijdens de zitting was verzoeker niet aanwezig, en het Uwv werd vertegenwoordigd.

De Raad overwoog dat het verzoek om herziening alleen kan worden toegewezen indien nieuwe feiten of omstandigheden worden aangevoerd die voor de uitspraak niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. Verzoeker bracht echter geen nieuwe feiten of omstandigheden aan, en de vermeende onjuiste behandeling tijdens de zitting werd niet onderbouwd.

De Raad bevestigde dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is voor een hernieuwde discussie over de zaak of de juistheid van de uitspraak, maar uitsluitend voor nieuwe feiten of omstandigheden. Het verzoek werd daarom afgewezen, en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

09/5199 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
met toepassing van artikel 21 van Pro de Beroepswet in samenhang met artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht op het verzoek van:
[Verzoeker], wonende te [woonplaats], België (verzoeker),
om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 9 april 2009, 06/822,
in het geding tussen:
verzoeker
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).
Datum uitspraak: 16 maart 2012
I. PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft verzocht om herziening van voormelde uitspraak van de Raad. Vervolgens heeft mr. C.A.J.M. Snijders, advocaat, zich als gemachtigde gesteld.
Het Uwv heeft geen verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 februari 2012. Verzoeker is niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Sluijs.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in verbinding met artikel 21 van Pro de Beroepswet, kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad, op verzoek van een partij, worden herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
1.2. Bij de uitspraak waarvan verzoeker om herziening vraagt, heeft de Raad de uitspraak van 19 december 2005, 03/825 van de rechtbank bevestigd. Daarbij is overwogen dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het Uwv het verzoek om terug te komen van het besluit van 9 augustus 1991 heeft kunnen afwijzen omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn aangevoerd als bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Awb. Bij dat besluit is aan verzoeker een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering geweigerd omdat er in de periode vanaf 28 november 1973 geen arbeidsongeschiktheid is ingetreden die onafgebroken 52 weken heeft geduurd.
2. Verzoeker heeft aan het verzoek om herziening ten grondslag gelegd dat een ernstige fout is vastgesteld in een medisch rapport uit juli 1974. Verzoeker heeft daartoe een verklaring ingezonden van 22 maart 2010 van Association Amazighe Culturelle Protectrice des Investisseurs Belgo-Marocains. Verder heeft verzoeker zijn ongenoegen geuit over de behandeling van de zaak ter zitting van de Raad op 28 februari 2009.
3.1. De Raad overweegt het volgende.
3.2. Voor de vermeende onjuiste behandeling ter zitting van de Raad is geen steun te vinden in de gedingstukken. Deze grond slaagt derhalve niet.
3.3. Het (bijzondere) rechtsmiddel van herziening is niet gegeven om anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb in verbinding met artikel 21 van Pro de Beroepswet, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de juistheid van de betrokken uitspraak te openen. Verzoeker heeft geen nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid, zoals bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb, naar voren gebracht. Uit het dossier van verzoeker blijkt, en met name uit de brief van de echtgenote van
24 december 1996, dat de onder 2 genoemde grond al in een eerdere procedure aan de orde is geweest.
3.4. Uit overweging 3.3 vloeit voort dat het verzoek om herziening van voormelde uitspraak van de Raad moet worden afgewezen.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2012.
(get.) H.J. Simon.
(get.) I.J. Penning.
TM