ECLI:NL:CRVB:2012:BV9077

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 maart 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-198 ANW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • H.J. Simon
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 ANWArt. 26 Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringenArt. 22 Verdrag
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering nabestaandenuitkering wegens niet-verzekerd zijn krachtens de ANW

Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een nabestaandenuitkering na het overlijden van haar echtgenoot, die in Nederland had gewerkt en een AOW-uitkering ontving. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde de uitkering omdat de echtgenoot op het moment van overlijden niet verzekerd was op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW).

De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad overwoog dat de echtgenoot sinds 1992 niet meer verplicht verzekerd was en ook geen vrijwillige verzekering had afgesloten, waardoor hij op het moment van overlijden niet verzekerd was volgens de ANW. Daarnaast was hij niet verzekerd onder de Marokkaanse wetgeving, zodat ook op grond van het verdrag geen aanspraak kon worden gemaakt.

De Raad concludeerde dat appellante geen recht heeft op een nabestaandenuitkering en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op een nabestaandenuitkering omdat haar echtgenoot ten tijde van overlijden niet verzekerd was onder de ANW.

Uitspraak

11/198 ANW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats], Marokko (appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 8 december 2010, 10/1120 (aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb).
Datum uitspraak: 16 maart 2012
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 februari 2012. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door J.Y. van den Berg.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Appellante is gehuwd geweest met [C.] en woont in Marokko. Haar echtgenoot is in Nederland werkzaam geweest en is nadien teruggekeerd naar Marokko. Hij ontving vanaf eind 1995 een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW). De echtgenoot van appellante is op 22 november 2009 in Marokko overleden. Vervolgens heeft appellante aan de Svb verzocht een nabestaandenuitkering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW) aan haar toe te kennen.
1.2. Bij beslissing op bezwaar van 19 februari 2010 (bestreden besluit) heeft de Svb zijn besluit van 19 januari 2010 gehandhaafd, waarbij is geweigerd een nabestaandenuitkering aan appellante toe te kennen, omdat haar echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was ingevolge de ANW.
2. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3. Appellante heeft in hoger beroep aangevoerd dat haar echtgenoot een AOW-uitkering ontving, dat zij ziek is en onder medische behandeling staat.
4.1. De Raad overweegt het volgende.
4.2. Tussen partijen is in hoger beroep in geschil of de rechtbank bij de aangevallen uitspraak terecht het standpunt van de Svb heeft onderschreven dat de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden op 22 november 2009 niet verzekerd was krachtens de ANW.
4.3. Ingevolge artikel 13 van Pro de ANW is verzekerd krachtens die wet degene die ingezetene is of die geen ingezetene is, doch ter zake van in Nederland in dienstbetrekking verrichte arbeid aan de loonbelasting is onderworpen. Nu de echtgenoot van appellante ten tijde van zijn overlijden in Marokko woonde en niet meer werkzaam was in Nederland, was hij toen op grond van deze bepaling niet verzekerd.
4.4. Voorts was op grond van artikel 26 van Pro het Besluit uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen van 24 december 1998, Stb. 746, zoals dit artikel luidde tot 1 januari 2000, kort samengevat, ook verzekerd krachtens de volksverzekeringen degene die buiten Nederland is gaan wonen en op de dag van vertrek een bepaalde Nederlandse uitkering, zoals bijvoorbeeld een ouderdomspensioen krachtens de AOW, ontving ter hoogte van ten minste een nader omschreven bedrag per maand. Deze bepaling is met ingang van 1 januari 2000 vervallen. Personen die tot 1 januari 2000 verplicht verzekerd waren krachtens de volksverzekeringen zijn vervolgens in de gelegenheid gesteld zich vanaf 1 januari 2000 vrijwillig te verzekeren krachtens onder meer de ANW. De echtgenoot van appellante was sinds 21 mei 1992 niet meer verplicht verzekerd voor de volksverzekeringen. Verder is niet gebleken dat hij van de mogelijkheid gebruik heeft gemaakt om zich vrijwillig te verzekeren. Dit betekent dat de echtgenoot van appellante op 22 november 2009 niet meer verzekerd was krachtens de ANW, zodat geen aanspraak bestaat op een nabestaandenuitkering krachtens die wet.
4.5. Appellante heeft niet betwist dat haar echtgenoot ten tijde van zijn overlijden niet verzekerd was krachtens de Marokkaanse wetgeving, zodat ook op grond van artikel 22 van Pro het Verdrag geen aanspraak op een Nederlandse nabestaandenuitkering kan bestaan.
4.6. Uit de overwegingen 4.2 tot en met 4.5 vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H.J. Simon, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 maart 2012.
(get.) H.J. Simon.
(get.) I.J. Penning.
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip verzekerde.
TM