ECLI:NL:CRVB:2012:BV8981
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Weigering vergoeding vervoer wegens geen causaal verband met vervolging
Appellante, erkend als vervolgde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), verzocht om vergoeding van vervoerskosten voor medische behandelingen en het onderhouden van sociale contacten. Verweerder kende vergoeding toe voor vervoer gerelateerd aan psychische en darmklachten, maar weigerde vergoeding voor vervoer in verband met oogklachten, ademhalingsklachten, staar en vaatklachten, omdat deze niet in causaal verband met de vervolging stonden.
De Raad overwoog dat de medische adviezen bevestigen dat de genoemde lichamelijke klachten niet voortvloeien uit de vervolging. Ook is vastgesteld dat appellante in staat is het openbaar vervoer te gebruiken, zodat vergoeding voor vervoer voor sociale contacten niet noodzakelijk is. De persoonlijke ongemakken en afstand tot voorzieningen vormen geen grond voor vergoeding.
Op basis van deze overwegingen verklaarde de Raad het beroep ongegrond en wees de gevraagde aanvullende vergoedingen af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van vergoeding blijft gehandhaafd.