ECLI:NL:CRVB:2012:BV8179
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellante heeft vervolgens verzet ingesteld tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
Tijdens de behandeling van het verzet is gebleken dat appellante geen feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die aantonen dat zij niet in verzuim was met de betaling van het griffierecht. Hoewel zij stelde een cheque te hebben gezonden, heeft zij dit niet met bewijsstukken onderbouwd. De Raad vond dat de brief van appellante waarin zij om betalingsinstructies vroeg pas na het verstrijken van de betalingstermijn was ontvangen, waardoor geen nieuwe termijn kon worden gegund.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het verzet ongegrond is en bevestigt daarmee de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door T.G.M. Simons, in aanwezigheid van griffier D.W.M. Kaldenhoven.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet tijdige betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.