ECLI:NL:CRVB:2012:BV7655
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- T.L. de Vries
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Herziening WAO-uitkering en beoordeling arbeidsongeschiktheid met proceskostenveroordeling UWV
Appellant maakte bezwaar tegen de herziening van zijn WAO-uitkering door het UWV, waarbij zijn arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 65 tot 80% in plaats van 80% of meer. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en oordeelt dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de beperkingen van appellant in voldoende mate zijn meegewogen.
De Raad overweegt dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn beperkingen zijn onderschat, ook niet op basis van medische informatie van zijn cardioloog die na de datum van het besluit is verstrekt. De stelling dat appellant niet over een VMBO-niveau beschikt en daarom bepaalde functies niet passend zouden zijn, wordt verworpen omdat eerder is vastgesteld dat appellant op dat niveau kan functioneren en hij bovendien een cursus Nederlands met diploma heeft afgerond.
De Raad bevestigt dat de functies die appellant kan vervullen medisch passend zijn en volgt daarmee het oordeel van de rechtbank. Wel veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellant, omdat pas in beroep een afdoende arbeidskundige motivering is gegeven. De totale proceskostenvergoeding bedraagt €1.518,- plus vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; UWV herziening WAO-uitkering bevestigd en veroordeeld in proceskosten.