ECLI:NL:CRVB:2012:BV3820
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- M. Hillen
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vermogensvaststelling bij toekenning bijstand ondanks auto en kinderopvangtoeslag
Appellante verzocht bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), maar het College wees dit aanvankelijk af vanwege een vermogen boven de vermogensgrens. Na bezwaar kende het College bijstand toe, waarbij het vermogen werd vastgesteld op €10.552,13, inclusief een waarde van €2.500 voor de auto van appellante. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat de auto onmisbaar was en dat de waarde ervan te hoog werd vastgesteld, en dat de kinderopvangtoeslag ten onrechte niet als lening werd beschouwd. De Raad oordeelde dat de auto als bezit in beginsel moet worden meegerekend bij vermogensvaststelling, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat deze onmisbaar is. Appellante had dit niet aangetoond, mede omdat zij geen betaalde baan had en geen medische noodzaak voor de auto aantoonde.
De Raad bevestigde dat het College de waarde van de auto correct had vastgesteld op basis van ANWB-koerslijsten en marktprijzen. Daarnaast werd geoordeeld dat het College terecht geen rekening hield met de terugvordering van voorschotten kinderopvangtoeslag, omdat ten tijde van de vermogensvaststelling niet vaststond dat en hoeveel appellante moest terugbetalen.
De Raad concludeerde dat het College het vermogen van appellante juist had vastgesteld en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de juiste vaststelling van het vermogen inclusief de waarde van de auto en het niet meenemen van de nog niet vaststaande terugvordering kinderopvangtoeslag.