ECLI:NL:CRVB:2012:BV1951
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering ondanks gelijkblijvende medische situatie
Appellante, laatstelijk werkzaam als purser, ontving een WAO-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling in 2009 concludeerde het UWV dat er voldoende functies beschikbaar waren, waardoor de uitkering werd ingetrokken per 20 december 2009. Appellante voerde in bezwaar en beroep aan dat haar medische situatie gelijk was gebleven sinds 2007 en dat het besluit in strijd was met het rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel.
De Raad verwijst naar een zorgvuldig medisch onderzoek door verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts, die een gestabiliseerd medisch toestandsbeeld vaststelden zonder aanwijzingen voor overschatting van de belastbaarheid. Ook het arbeidskundig onderzoek onderbouwde dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren, met inachtneming van beperkingen zoals het niet werken op hoogte.
De rechtbank en de Raad oordeelden dat het beroep op het rechtszekerheidsbeginsel faalt omdat een nieuwe arbeidskundige beoordeling aan het besluit ten grondslag ligt. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt niet wegens het ontbreken van een ondubbelzinnige toezegging van het UWV. Appellante heeft geen nieuwe medische informatie aangeleverd die tot een ander oordeel leidt. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat het besluit op een zorgvuldige medische en arbeidskundige grondslag berust.