ECLI:NL:CRVB:2012:BV1621
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na nieuwe beslissing UWV
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage inzake een WIA-zaak. Tijdens de procedure nam het UWV op 3 oktober 2011 een nieuwe beslissing op bezwaar die volledig tegemoet kwam aan het in hoger beroep gevraagde. Hierdoor bestond geen inhoudelijk geschil meer tussen partijen.
Appellant verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten en het betaalde griffierecht. Het UWV maakte geen gebruik van de mogelijkheid tot het indienen van een verweerschrift. Met toestemming van partijen werd het onderzoek ter zitting achterwege gelaten.
De Raad oordeelde dat het ontbreken van een inhoudelijk geschil leidde tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep wegens gebrek aan procesbelang. Op grond van artikel 8:75 Awb Pro veroordeelde de Raad het UWV in de proceskosten van appellant, begroot op €1.311,-, en bepaalde dat het griffierecht van €153,- aan appellant werd vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard en het UWV is veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht van appellant.