ECLI:NL:CRVB:2012:BV1425

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11-1206 AOW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • C.W.J. Schoor
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:11 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep wegens overschrijding beroepstermijn AOW-toekenning

Appellante bereikte in augustus 2003 de pensioengerechtigde leeftijd en diende in december 2009 een aanvraag in voor toekenning van AOW-pensioen. De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende haar met ingang van december 2008 een AOW-pensioen toe bij besluit van 2 maart 2010. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, waarna haar broer zich als gemachtigde opstelde. Het bezwaar werd bij beslissing van 12 mei 2010 ongegrond verklaard.

Appellante stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn van zes weken. In hoger beroep voerde appellante aan dat de ernstige gezondheidstoestand van haar broer, die haar vertegenwoordigde, de overschrijding verklaarde. Tevens bracht zij inhoudelijke grieven naar voren.

De Raad stelde vast dat het beroepschrift pas op 28 september 2010 werd ontvangen, terwijl de termijn op 23 juni 2010 was verstreken. De door appellante aangevoerde omstandigheden werden niet voldoende onderbouwd met medische stukken om de overschrijding te verontschuldigen volgens artikel 6:11 Awb Pro. De Raad bevestigde daarom de niet-ontvankelijkverklaring en wees een vergoeding van proceskosten af.

Uitkomst: Het beroep van appellante wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder geldige verontschuldiging.

Uitspraak

11/1206 AOW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante], wonende te Suriname (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 10 december 2010, 10/4679 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb).
Datum uitspraak: 20 januari 2012
I. PROCESVERLOOP
Appellante heeft hoger beroep ingesteld.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 december 2011. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.E. Eind.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Appellante heeft in augustus 2003 de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. In december 2009 heeft appellante een aanvraag ingediend om toekenning van een pensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW).
1.2. Bij besluit van 2 maart 2010 heeft de Svb aan appellante met ingang van december 2008 een AOW-pensioen toegekend.
1.3. Appellante heeft tegen voornoemd besluit bezwaar gemaakt. Nadien heeft [naam broer], broer van appellante, zich als haar gemachtigde gesteld.
1.4. Bij beslissing op bezwaar van 12 mei 2010 (bestreden besluit) heeft de Svb het bezwaar tegen het besluit van 2 maart 2010 ongegrond verklaard.
2.1. Appellante heeft tegen het bestreden besluit bij brief van 15 september 2010, door de rechtbank ontvangen op 28 september 2010, beroep ingesteld.
2.2. De rechtbank heeft appellantes beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat de beroepstermijn is overschreden en niet is gebleken dat appellante redelijkerwijs niet in verzuim is geweest.
3. In hoger beroep heeft appellante ten aanzien van de overschrijding van de beroepstermijn naar voren gebracht dat haar broer ernstig patiënt is, dat hij door specialisten wordt behandeld en dat zijn gezondheidstoestand verslechtert. Verder heeft appellante inhoudelijke grieven aangevoerd.
4.1. De Raad overweegt het volgende.
4.2. De Raad stelt vast dat de beroepstermijn van 6 weken in dit geval op 23 juni 2010 is verstreken en dat het beroepschrift op 28 september 2010 door de rechtbank is ontvangen. Het beroep is derhalve niet tijdig ingediend.
4.3. Een overschrijding van de termijn laat zich door de door appellante aangevoerde omstandigheden niet verontschuldigen met toepassing van artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Met de rechtbank overweegt de Raad dat niet met medische stukken is onderbouwd dat appellantes gemachtigde vanwege zijn gezondheidsklachten gedurende de gehele beroepstermijn buiten staat is geweest een beroepschrift in te dienen. Evenmin is met medische stukken aannemelijk gemaakt dat appellante na haar ziekenhuisopname niet zelf tijdig beroep had kunnen instellen. De rechtbank heeft het beroep dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard.
4.4. Uit de overwegingen 4.2 en 4.3 vloeit voort dat het hoger beroep niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. De Raad acht geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb inzake een vergoeding van proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door C.W.J. Schoor, in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2012.
(get.) C.W.J. Schoor.
(get.) G.J. van Gendt.
TM