ECLI:NL:CRVB:2012:BV1418
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugwerkende kracht halfwezenuitkering tot maximaal vijf jaar
Appellante verzocht in mei 2008 om toekenning van een halfwezenuitkering voor haar meerderjarige zoon, die aanvankelijk werd geweigerd omdat hij meerderjarig was. Na bezwaar werd een halfwezenuitkering toegekend met terugwerkende kracht van maximaal vijf jaar, van 1 mei 2003 tot 30 juni 2004.
Appellante stelde dat onterecht de uitkering vanaf 1 juli 1996 werd ontzegd en verwees naar een eerdere uitspraak van de Raad van 21 juli 2006, waarin een langere terugwerkende kracht werd toegekend. De rechtbank wees het beroep af, waarna appellante hoger beroep instelde.
De Raad oordeelde dat de Sociale verzekeringsbank (Svb) terecht het beleid hanteert dat terugwerkende kracht maximaal vijf jaar bedraagt, tenzij sprake is van bijzondere gevallen met financiële hardheid. De Raad vond geen schending van artikel 26 IVBPR Pro, omdat de eerdere uitspraak een andere situatie betrof met discriminatie op grond van geboorte, wat hier niet aan de orde was.
Verder wees de Raad het verzoek voor een overgangsregeling af en benadrukte dat appellante al eerder een aanvraag had kunnen doen om haar aanspraken veilig te stellen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugwerkende kracht van maximaal vijf jaar bevestigd.