ECLI:NL:CRVB:2012:BV0785
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek bevordering militair wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, werkzaam bij de Koninklijke Luchtmacht, verzocht om terugwerkende bevordering tot sergeant vanwege vertraging in zijn opleiding. Diverse besluiten uit 2004 en 2006 betreffende zijn bevordering en aanstelling werden in rechte onaantastbaar. Appellant maakte bezwaar tegen latere besluiten, die door de minister werden ingetrokken en vervangen, maar het bezwaar werd ongegrond verklaard.
De Raad oordeelt dat de bezwaren van appellant feitelijk een verzoek om terug te komen op eerdere besluiten betreffen. Volgens artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moeten nieuwe feiten of veranderde omstandigheden worden aangevoerd bij een herhaalde aanvraag. De Raad stelt vast dat appellant deze feiten ook in eerdere procedures had kunnen aanvoeren, zodat er geen sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden.
De stelling van appellant dat de minister in redelijkheid niet had mogen weigeren terug te komen op de besluiten wordt door de Raad verworpen. Er is geen bijzondere situatie die het beroep op rechtszekerheid door de minister uitsluit. Daarom is het beroep ongegrond en wordt de eerdere uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.