ECLI:NL:CRVB:2012:BV0757
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen verzoek om aanvullende gegevens bij bijstandsaanvraag
Appellanten dienden op 15 april 2008 een aanvraag in voor bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand. Het College verzocht hen bij brief van 2 juni 2008 om aanvullende bewijsstukken te leveren over hun financiële situatie. Bij brief van 10 juni 2008 werd appellanten meegedeeld dat niet aan dit verzoek was voldaan en werd hen een nieuwe termijn gesteld om alsnog de gevraagde gegevens te verstrekken. Appellanten maakten bezwaar tegen deze brief.
Het College verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit was dat appellanten rechtstreeks in hun belang trof. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond, stellende dat tegen de brief geen bezwaar openstond.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de brief van 10 juni 2008 wel een besluit is in de zin van artikel 1:3 Awb Pro en dat dit besluit vatbaar is voor bezwaar. Echter, omdat het besluit geen rechtstreeks belang van appellanten raakt, is het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Appellanten hadden hun bezwaren kunnen richten tegen het inhoudelijke besluit van 20 juni 2008, dat hun aanvraag afwees wegens het niet verstrekken van gegevens.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat het bezwaar tegen de brief terecht niet-ontvankelijk is verklaard.