ECLI:NL:CRVB:2012:BV0753
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning burger-oorlogsslachtoffer wegens onvoldoende directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld
Appellante, geboren in 1943 in het voormalige Nederlands-Indië, vroeg in 2009 erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Verweerder wees de aanvraag af omdat niet aannemelijk was gemaakt dat appellante direct betrokken was bij oorlogsgeweld.
De Raad oordeelt dat directe betrokkenheid vereist is voor erkenning. Appellante stelde dat zij betrokken was bij beschietingen, vluchtte onder levensbedreigende omstandigheden uit een kamp en maakte overvallen door plunderaars mee. De Raad stelt echter vast dat het enkel aanwezig zijn in een gevaarlijke situatie onvoldoende is; directe persoonlijke betrokkenheid, zoals verwondingen of confrontatie met dodelijke slachtoffers, ontbreekt.
Daarnaast vond de vlucht en de overvallen plaats na de soevereiniteitsoverdracht in 1949, buiten de werkingssfeer van de Wubo. Daarom is het beroep ongegrond verklaard en is geen vergoeding van proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aantonen van directe betrokkenheid bij oorlogsgeweld.