ECLI:NL:CRVB:2012:BV0189
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit geen recht op ziekengeld wegens arbeidsongeschiktheid
Appellante meldde zich op 4 december 2007 ziek vanuit een uitkeringssituatie en kreeg op 3 maart 2009 bericht dat zij geen recht meer had op ziekengeld omdat zij niet langer ongeschikt werd geacht voor haar arbeid. Het bezwaar tegen dit besluit werd ongegrond verklaard en de rechtbank handhaafde dit besluit.
De Raad stelde vast dat het UWV ten onrechte het werk als orderpikker als maatstaf voor de arbeid hanteerde, terwijl het werk als productiemedewerkster bij Danone de juiste maatstaf is. Hierdoor moesten het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank worden vernietigd.
De Raad onderzocht vervolgens of de rechtsgevolgen van het besluit in stand konden blijven. Uit medische rapporten bleek dat het werk bij Danone staand werk was met repetitieve bewegingen, maar niet zwaar belastend. De medische bevindingen ondersteunden dat appellante dit werk kon verrichten.
Daarom werden de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand gelaten. Het UWV werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van appellante in beroep en hoger beroep, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.