ECLI:NL:CRVB:2012:BV0185
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor eigen werk als machineoperator
Appellant, werkzaam als machineoperator, meldde zich ziek vanwege klachten van duizeligheid en benauwdheid. Na medisch onderzoek door verzekeringsartsen werd vastgesteld dat appellant ondanks resterende klachten geschikt is voor zijn eigen werk. Het UWV beëindigde daarom per 27 maart 2009 zijn Ziektewetuitkering. Appellant maakte bezwaar en stelde dat zijn medische beperkingen onderschat waren, maar dit werd ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant terecht in staat werd geacht zijn werk te verrichten. In hoger beroep betwistte appellant dit oordeel, verwijzend naar medische rapporten die zijn beperkingen zouden onderstrepen. Het UWV voerde gemotiveerd verweer met recente rapportages van bezwaarverzekeringsartsen.
De Raad toetste of het onderzoek zorgvuldig was en of de medische bevindingen het besluit konden dragen. Gezien de medische stukken, waaronder rapporten van bezwaarverzekeringsartsen en aanvullende medische gegevens, concludeerde de Raad dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat zijn beperkingen waren onderschat. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 27 maart 2009 bevestigd.