Uitspraak
PROCESVERLOOP
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene ontving sinds 1998 wachtgeld na ontslag. In 2007 werd de nominale eindejaarsuitkering afgeschaft en vervangen door een structurele salarisverhoging van € 91,25 per maand. Betrokkene maakte bezwaar tegen de berekening van zijn wachtgeldgrondslag per 1 januari 2007 en 1 april 2008, stellende dat de volledige salarisaanpassing moest worden meegenomen.
De Minister stelde echter alleen de verhoging van de nominale eindejaarsuitkering ten opzichte van 2005 als grondslag vast, niet de volledige salarisverhoging. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd voor een deel van het beroep en vernietigde het besluit.
De Centrale Raad oordeelt dat de rechtbank ten onrechte onbevoegd was en dat de Minister de grondslag juist heeft vastgesteld conform artikel 4 van Pro het Rijkswachtgeldbesluit. De nominale eindejaarsuitkering behoorde niet tot het laatst genoten salaris van betrokkene en de structurele salarisverhoging per 1 januari 2007 is geen algemene wijziging die het wachtgeld beïnvloedt.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de Minister een nieuw besluit moet nemen op basis van de juiste grondslag van het wachtgeld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de Minister de grondslag van het wachtgeld correct heeft vastgesteld.