ECLI:NL:CRVB:2011:BU9999
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toekenning AOW-pensioen wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant heeft sinds 1995 meerdere keren een aanvraag gedaan voor een AOW-pensioen, waarbij hij onder meer bewijsstukken over zijn verblijf en werk in Rotterdam overlegde. De Sociale verzekeringsbank (Svb) heeft telkens geweigerd het pensioen toe te kennen, omdat niet is gebleken dat appellant verzekerd was volgens de AOW.
Na diverse procedures, waaronder bezwaar, beroep en hoger beroep, is het oorspronkelijke besluit van 14 mei 1996 onherroepelijk geworden. In 2009 en 2010 heeft appellant opnieuw een verzoek ingediend om terug te komen op dit besluit, maar de Svb heeft dit geweigerd omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren zoals bedoeld in artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De rechtbank heeft deze weigering bevestigd en de Centrale Raad van Beroep heeft dit oordeel overgenomen. Het aangevoerde bewijs, waaronder het attestation de concordance, is niet nieuw maar een herhaling van eerder ingediende stukken. Daarom is het hoger beroep ongegrond verklaard en is de weigering tot toekenning van het AOW-pensioen gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot toekenning van het AOW-pensioen wordt bevestigd.