ECLI:NL:CRVB:2011:BU9922
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over herziening WAO-uitkering en dagloon vaststelling
Appellante, sinds 1992 arbeidsongeschikt en met een WAO-uitkering, betwistte besluiten van het UWV die haar uitkering verlaagden vanwege verhoogde inkomsten uit arbeid en de vaststelling van haar dagloon. De rechtbank verklaarde haar beroepen ongegrond, maar in hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met de werkgeversbijdrage in de pensioenpremie en de toepasselijke regelingen omtrent het dagloon.
De Raad constateerde dat het UWV zich niet rekenschap had gegeven van de gebruikelijke wachtperiode voor intrede in het pensioenfonds en de wijze waarop in die periode met het werknemersdeel werd omgegaan. Ook was onduidelijkheid over de toepassing van de juiste artikelen van de Dagloonregelen WAO bij de dagloonherziening, mede omdat appellante in het refertejaar bij meerdere werkgevers werkte.
De Raad concludeerde dat de besluiten niet voldeden aan de eisen van zorgvuldige voorbereiding en deugdelijke motivering zoals vereist op grond van de Awb. Omdat het niet mogelijk was de rechtsgevolgen van de besluiten in stand te laten en onvoldoende gegevens aanwezig waren om zelf in de zaak te voorzien, droeg de Raad het UWV op de gebreken binnen dertien weken te herstellen door middel van nader arbeidskundig onderzoek.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep draagt het UWV op binnen dertien weken de gebreken in de besluiten over de WAO-uitkering en dagloon vaststelling te herstellen.