ECLI:NL:CRVB:2011:BU9314
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beperking herziening nabestaandenuitkering en terugvordering door Sociale Verzekeringsbank
Appellante maakte bezwaar tegen de herziening en terugvordering van haar nabestaandenuitkering door de Sociale Verzekeringsbank (Svb). De Svb had de uitkering over meerdere perioden herzien vanwege inkomsten uit andere uitkeringen en vorderde een bedrag van €7.386,95 terug. Na bezwaar en eerdere procedures beperkte de Svb de terugwerkende kracht van de herziening tot de helft van het bedrag.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Zij voerde aan dat de beperking tot de helft onvoldoende was gezien haar financiële situatie en de impact van de terugvordering.
De Raad overwoog dat het beleid van de Svb om de herziening te beperken een buitenwettelijk, begunstigend beleid betreft dat terughoudend wordt getoetst. De Raad vond geen aanwijzingen dat de Svb dit beleid niet consistent had toegepast en wees het hoger beroep af. De aangevallen uitspraak werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beperking van de herziening tot de helft en wijst het hoger beroep af.