ECLI:NL:CRVB:2011:BU9313
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing halfwezenuitkering en beperkte terugwerkende kracht nabestaandenuitkering
Appellante diende in mei 2010 een aanvraag in voor een nabestaanden- en halfwezenuitkering na het overlijden van haar echtgenoot in juni 2008. De Sociale verzekeringsbank kende haar een nabestaandenuitkering toe met terugwerkende kracht van één jaar vanaf de aanvraagdatum, maar wees de halfwezenuitkering af omdat de juridische vader van haar kinderen nog in leven was.
Appellante maakte bezwaar tegen deze besluiten, stellende dat sprake was van een bijzonder geval vanwege haar lichamelijke en geestelijke toestand en omstandigheden na het overlijden. De rechtbank verwierp dit bezwaar en oordeelde dat appellante niet geheel buiten staat was om tijdig een aanvraag in te dienen, mede gelet op haar eerdere handelingen en contacten via haar boekhouder.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en concludeerde dat de medische verklaring onvoldoende grond bood om te concluderen dat appellante niet in staat was haar belangen te behartigen. De Raad bevestigde daarmee de aangevallen uitspraak en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.