ECLI:NL:CRVB:2011:BU8986
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, maar werd door de Raad niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn was betaald. Appellant had verzet aangetekend tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
De Raad stelde vast dat appellant meerdere malen in de gelegenheid was gesteld het griffierecht alsnog te voldoen, inclusief een verlenging van de termijn, maar hier geen gebruik van heeft gemaakt. Ook inhoudelijke reacties ontbraken. Hierdoor kon niet worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim was.
Het verzet werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De Raad wees appellant er tevens op dat tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel openstaat, ook niet bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling van het griffierecht wordt ongegrond verklaard.