ECLI:NL:CRVB:2011:BU8546
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAO-besluit wegens ontbreken nieuwe feiten of veranderde omstandigheden
Appellante verzocht het UWV om terug te komen op een besluit van 1 februari 2000 waarbij zij niet in aanmerking werd gebracht voor een WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid. Dit verzoek werd afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die herziening rechtvaardigden.
De rechtbank Maastricht verklaarde het beroep van appellante ongegrond en bevestigde dat de medische gegevens die appellante aanvoerde geen nieuw licht wierpen op het oorspronkelijke besluit. De bezwaarverzekeringsarts had deze gegevens beoordeeld en geconcludeerd dat zij niet tot herziening leidden.
In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen ernstiger waren dan aanvankelijk werd gedacht, en dat dit voortschrijdend inzicht als nieuwe feiten moest gelden. De Raad overwoog echter dat een bestuursorgaan weliswaar bevoegd is een eerder besluit inhoudelijk te heroverwegen, maar dat de rechter zich moet beperken tot de vraag of sprake is van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
De Raad oordeelde dat de medische gegevens deels reeds bekend waren en deels betrekking hadden op een latere datum dan het oorspronkelijke besluit, en daarom niet als nieuwe feiten of veranderde omstandigheden konden gelden. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van het UWV om terug te komen op het WAO-besluit wordt bevestigd.