ECLI:NL:CRVB:2011:BU8345
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstand en terugvordering over periode maart-september 2004
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam tot intrekking van bijstand en terugvordering over de periode van 11 maart 2004 tot en met 19 september 2004. De Centrale Raad van Beroep heeft in een tussenuitspraak vastgesteld dat het oorspronkelijke besluit gebreken vertoonde.
Het College heeft vervolgens op 4 mei 2011 een nieuw besluit genomen waarin de intrekking van de bijstand werd beperkt tot de maanden maart en juni 2004, en de bijstand over de overige maanden opnieuw werd vastgesteld met inachtneming van de gedane stortingen. Het terug te vorderen bedrag werd herberekend op € 22.265,69 netto en € 28.599,19 bruto.
De Raad heeft tijdens de zitting op 8 november 2011 vastgesteld dat het College met het nieuwe besluit op juiste wijze uitvoering heeft gegeven aan de tussenuitspraak. Daarom verklaart de Raad het beroep tegen het nieuwe besluit ongegrond. Tevens veroordeelt de Raad het College in de proceskosten van appellant en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit van 18 juli 2008 wordt vernietigd voor de gehele periode, het beroep tegen het nieuwe besluit van 4 mei 2011 wordt ongegrond verklaard en het College wordt veroordeeld in de proceskosten.