ECLI:NL:CRVB:2011:BU7176
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- G.L.M.J. Stevens
- Rechtspraak.nl
Geen vergoeding rente herplaatsingswachtgeld na verstrijken vijfjaarsstuitingstermijn
Appellante, voormalig docente, vorderde vergoeding van rente over nabetalingen van herplaatsingswachtgeld uit de jaren 1994 en 1995. Na een nabetaling in 2000 vroeg zij in 2001 en later opnieuw in 2006 om rentevergoeding. De minister, vertegenwoordigd door LMA, wees deze verzoeken af omdat meer dan vijf jaren waren verstreken sinds de nabetaling zonder dat de termijn was gestuit.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bezwaarbesluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het besluit van 19 november 2009 ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat LMA onbevoegd was besluiten te nemen, hetgeen de Raad bevestigde. Echter, de minister verleende later met terugwerkende kracht mandaat aan LMA, waarmee het bevoegdheidsgebrek werd hersteld en de besluiten werden bekrachtigd.
De Raad oordeelde dat de brief van appellante uit 2001 mogelijk een stuitingshandeling was, maar dat daarna meer dan vijf jaren zonder stuiting verstreken tot het verzoek in 2006. Andere brieven waren niet voldoende om de termijn te stuiten. Mondelinge toezeggingen konden de termijn niet doorbreken. Hierdoor was de aanspraak op rente niet langer afdwingbaar.
Het verzoek om schadevergoeding wegens onbevoegde besluitvorming werd afgewezen, omdat geen schade was vastgesteld. De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellante. De uitspraak bevestigt de strikte toepassing van de vijfjaarsstuitingsregel en het belang van schriftelijke en tijdige stuiting van aanspraken jegens de overheid.
Uitkomst: De aanspraak op rentevergoeding over herplaatsingswachtgeld is niet afdwingbaar na het verstrijken van vijf jaren zonder stuiting; het besluit van 19 november 2009 wordt vernietigd wegens onbevoegdheid maar de rechtsgevolgen blijven in stand.