ECLI:NL:CRVB:2011:BU7124
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning ziekten als gevolg van vervolging tijdens Japanse gevangenschap
Appellante, geboren in 1925, vroeg erkenning en uitkeringen op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv) vanwege rug- en knieklachten die zij toeschrijft aan zware dwangarbeid en mishandelingen in Japanse gevangenschap.
Verweerder erkende appellante als vervolgde maar wees de aanvraag af wegens het ontbreken van ziekten of gebreken die met de vervolging in verband staan. Geneeskundige adviezen, waaronder die van de behandelend orthopedisch chirurg, concludeerden dat de klachten leeftijdsgebonden en degeneratief zijn, zonder aantoonbaar causaal verband met de kamptijd.
De Raad oordeelt dat het bestreden besluit zorgvuldig is voorbereid en dat de medische stukken geen objectief bewijs leveren voor een oorzakelijk verband tussen de klachten en de vervolging. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
De Raad benadrukt dat de ernst van klachten niet bepalend is zonder causaal verband en dat individuele beoordeling per persoon verschilt. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat geen causaal verband is vastgesteld tussen de klachten en de vervolging.