ECLI:NL:CRVB:2011:BU7120
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag erkenning burger-oorlogsslachtoffer op grond van Wubo
Appellante, geboren in 1925 in het voormalige Nederlands-Indië, verzocht om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Zij baseerde haar aanvraag op de ontwrichting van haar gezinsleven, angst, armoede en dreiging tijdens de Japanse bezetting en de Bersiap-periode.
Verweerder wees de aanvraag af omdat niet was gebleken dat de door appellante ervaren gebeurtenissen, zoals de wegvoering van haar vader zonder excessief geweld, huiszoekingen die niet op haar gericht waren, en de vlucht naar een beschermingskamp, kwalificeerden als calamiteiten in de zin van artikel 2, eerste lid, van de Wubo. Ook was er geen objectieve bevestiging van haar getuigenissen over mishandelingen en een moord.
De Raad oordeelde dat algemene oorlogsomstandigheden, waaraan velen blootstonden, niet onder de Wubo vallen, ondanks de ingrijpende ervaringen van appellante. Verder werd geoordeeld dat de besluitvorming zorgvuldig was en dat internationale verdragen niet waren geschonden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de aanvraag om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer wordt afgewezen.