ECLI:NL:CRVB:2011:BU7110
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening erkenning burger-oorlogsslachtoffer Wubo
Appellant, geboren in 1943 in het voormalige Nederlands-Indië, verzocht in 2001 om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van gezondheidsklachten die hij toeschrijft aan zijn ervaringen tijdens de Japanse bezetting en de Bersiap-periode, waaronder internering in kamp Adek en beschietingen tijdens de politionele acties. Dit verzoek werd in 2002 afgewezen wegens gebrek aan bevestiging van de door appellant gestelde feiten.
Verschillende verzoeken om herziening werden door verweerder afgewezen, waarbij telkens werd vastgesteld dat er geen nieuwe feiten of gegevens waren die het eerdere besluit konden wijzigen. Appellant bracht in 2010 een vertaalde getuigenverklaring in van een persoon die verklaarde de moeder van appellant en haar kinderen in kamp Adek te hebben gekend, maar verweerder stelde vast dat kamp Adek eerst een mannen- en daarna een vrouwenkamp was, waardoor de verklaring niet aannemelijk was.
De Raad concludeert dat de verklaring niet overtuigend is, mede omdat handelaren zich niet vrij in en uit het kamp konden bewegen en de verklaring niet strookt met historische feiten. Ook het vermoeden van een valse naam van de moeder werd niet aannemelijk gemaakt. Onderzoek naar een mogelijke getuige leverde geen bevestiging op. Daarom zijn geen nieuwe feiten ingebracht die aanleiding geven tot herziening. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het verzoek om herziening afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten.