ECLI:NL:CRVB:2011:BU6551

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
25 november 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-6577 WAZ
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering zelfstandige wegens ontbreken nieuwe feiten

Verzoeker heeft een verzoek om herziening ingediend tegen de uitspraak van 24 september 2010 waarin zijn aanvraag voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) werd afgewezen. De uitkering werd geweigerd omdat de arbeidsongeschiktheidsdatum niet vóór 1 augustus 2004 lag.

De rechtbank Utrecht had eerder geoordeeld dat de medische klachten van verzoeker niet zonder meer te relateren zijn aan een Borrelia-infectie in 2002 en dat onvoldoende medische onderbouwing bestond voor een eerdere arbeidsongeschiktheidsdatum. De Raad bevestigde dit oordeel en zag geen aanleiding tot herziening.

Verzoeker stelde dat de gehanteerde richtlijnen achterhaald zijn en verwees naar nieuwe richtlijnen en verklaringen van het RIVM en medisch microbioloog Bolderdijk. De Raad oordeelde dat deze nieuwe richtlijnen niet definitief waren en dat de verklaringen niet specifiek op de situatie van verzoeker van toepassing waren. Ook de stelling dat de deskundige Gisolf onvoldoende expertise had, werd niet geaccepteerd.

De Raad concludeerde dat alle feiten en omstandigheden verzoeker vóór de bestreden uitspraak bekend waren of redelijkerwijs bekend hadden kunnen zijn. Daarom was geen sprake van nieuwe feiten of omstandigheden in de zin van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, en werd het verzoek om herziening afgewezen.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

10/6577 WAZ
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
Als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van:
[verzoeker], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker),
van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 24 september 2010, 09/926 WAZ,
in het geding in hoger beroep tussen:
verzoeker
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 25 november 2011
I. PROCESVERLOOP
Verzoeker heeft een verzoek om herziening ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 september 2011. Verzoeker is verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. A.H. Rebel.
II. OVERWEGINGEN
1. De uitspraak waarvan herziening is verzocht ziet op de weigering om verzoeker in verband met ongeschiktheid per 1 januari 2003 voor het eigen werk als zelfstandige in aanmerking te brengen voor een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ). De uitkering is geweigerd op de grond dat de ingangsdatum van de arbeidsongeschiktheid niet vóór 1 augustus 2004 is gelegen.
2. Bij uitspraak van 29 december 2008 van de rechtbank Utrecht heeft rechtbank geoordeeld dat op goede gronden is aangenomen dat de eerste arbeidsongeschiktheidsdatum na 1 augustus 2004 is gelegen. De rechtbank heeft overwogen dat voldoende is gemotiveerd dat de medische klachten van verzoeker niet zonder meer zijn te relateren aan een Borrelia-infectie in 2002. Dat verzoeker in 2002 een tekenbeet heet opgelopen waarna rode huiduitslag is opgetreden, vindt geen steun in medische gegeven bijvoorbeeld van een huisarts. Een andere conclusie volgt niet zonder meer uit het rapport van (zelfstandig) verzekeringsarts Kruithof, opgesteld in opdracht van de rechtbank, in de civiele procedure van verzoeker tegen een particuliere verzekeringsmaatschappij. Het Uwv heeft naar het oordeel van de rechtbank meer waarde mogen hechten aan de expertise van de door hem ingeschakelde deskundige internist-infectioloog Gisolf. Medische verklaringen die de stelling van verzoeker ondersteunen dat sprake is van een langdurige besmetting met de ziekte van Lyme heeft de rechtbank niet aangetroffen.
3. Bij de bestreden uitspraak is de rechtbankuitspraak bevestigd, overwegende dat de Raad geen aanleiding ziet over de eerste arbeidsongeschiktheidsdag tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank.
4. De Raad overweegt als volgt.
4.1. Ingevolge artikel 21, eerste lid, van de Beroepswet en artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan een onherroepelijk geworden uitspraak van de Raad alleen op verzoek van een partij worden herzien op grond van feiten of omstandigheden die:
a. hebben plaatsgevonden vóór die uitspraak;
b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en
c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
4.2. Verzoeker heeft aangevoerd dat de door Gisolf gehanteerde richtlijnen van het CBO (kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg) achterhaald zijn. Verzoeker baseert zich op verklaringen van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) in een televisieprogramma van 18 oktober 2010 van Tros-Radar. Deze richtlijnen worden vervangen en inmiddels is door (mede) het CBO een concept van de nieuwe richtlijnen opgesteld. Volgens verzoeker wordt in de nieuwe richtlijnen niet alleen gekeken naar de resultaten van medische testen, maar ook naar het ziektebeeld van de betrokkene. Verzoeker heeft gerefereerd aan verklaringen van medisch microbioloog Bolderdijk gedaan in dezelfde uitzending van Tros-Radar dat een langdurige besmetting door de bestaande testen vaak niet wordt opgemerkt.
4.3. Naar het oordeel van de Raad slaagt het beroep van appellant op artikel 8:88 van Pro de AWB niet. Nog afgezien van het feit dat de CBO-richtlijnen waar appellant op wijst niet definitief zijn, heeft het tot stand komen daarvan niet plaatsgevonden vóór de uitspraak van de Raad waarvan herziening wordt gezocht. Verder zijn de mededelingen van medisch microbioloog Bolderdijk algemene uitlatingen en zien zij niet op appellants medische situatie ten tijde in geding.
4.4. Verzoeker heeft voorts aangevoerd dat Gisolf geen deskundigheid heeft op het gebied van Borrelia. Verzoeker stelt dat volgens behandelend internist Van Loon, die gespecialiseerd is in de behandeling van de ziekte van Lyme, bewezen is dat bij verzoeker sprake was van een langdurige besmetting. Gesteld is dat een bekende van hem die volgens de bestaande richtlijnen is behandeld, nu volledig invalide is. Verzoeker heeft aangevoerd dat hij op de zitting van Raad voorafgaand aan de bestreden uitspraak niet goed in staat was zijn standpunt toe te lichten omdat hij griep had. Verzoeker was niet in staat de aanvraag eerder in te dienen omdat hij erg ziek was en vanwege zijn slechte ervaringen met de particuliere verzekeringsmaatschappij.
4.5. De Raad is van oordeel dat de genoemde feiten en omstandigheden verzoeker vóór de bestreden uitspraak bekend waren of hem voordien redelijkerwijs bekend konden zijn.
4.6. Uit het voorgaande volgt dat geen sprake van als nieuwe feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Awb. Het verzoek om herziening moet dus worden afgewezen.
4.7. Voor een veroordeling in de proceskosten ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van N.S.A. El Hana, als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 25 november 2011.
(get.) E.E.V. Lenos.
(get.) N.S.A. El Hana.
TM