ECLI:NL:CRVB:2011:BU5273
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- K. Zeilemaker
- K.J. Kraan
- W. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen onbevoegdverklaring hoger beroep wegens appelverbod in bestuursrecht
Appellant stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank, maar de Centrale Raad van Beroep verklaarde zich onbevoegd vanwege een appelverbod op grond van artikel 18, tweede lid, aanhef en onder c, van de Beroepswet in combinatie met artikel 8:55, vijfde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Appellant deed verzet tegen deze onbevoegdverklaring en voerde aan dat het appelverbod niet van toepassing zou moeten zijn omdat hij recht heeft op een zitting waarbij beide partijen in de gelegenheid zijn om inlichtingen en denkbeelden uit te wisselen. Hij stelde dat het ontbreken van de minister bij de zitting en het daardoor uitblijven van deze uitwisseling zijn rechten onder artikel 13 EVRM Pro schond.
De Raad oordeelde echter dat er geen recht bestaat op het verschijnen van de wederpartij ter zitting en dat de aangehaalde EVRM-artikelen geen grondslag bieden voor een dergelijk recht. Er was geen sprake van een evidente schending van beginselen van een goede procesorde of fundamentele rechtsbeginselen die een eerlijk proces waarborgen. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzet tegen de onbevoegdverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.