ECLI:NL:CRVB:2011:BU5120
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt uitspraak rechtbank inzake terugwerkende kinderbijslag
Appellant, woonachtig in Marokko, diende op 22 september 2009 een aanvraag in voor kinderbijslag bij de Sociale verzekeringsbank (Svb). De Svb weigerde aanvankelijk kinderbijslag over de periode van het derde kwartaal 2008 tot en met het vierde kwartaal 2009 toe te kennen omdat appellant niet verzekerd zou zijn geweest krachtens de Algemene Kinderbijslagwet (AKW).
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat appellant zijn aanspraken niet had veiliggesteld om recht te hebben op terugwerkende kinderbijslag. Appellant stelde dat hij zijn aanspraken al in 1998 had veiliggesteld en verwees naar een besluit van de Svb uit 2002.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de Svb de weigering van kinderbijslag wegens het ontbreken van verzekering niet langer handhaaft en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. De Raad bevestigde dat appellant recht heeft op kinderbijslag vanaf het derde kwartaal 2008 tot en met het vierde kwartaal 2009, maar dat er geen bijzonder geval is voor een langere terugwerkende kracht omdat appellant niet tijdig zijn aanspraken had veiliggesteld.
De Raad veroordeelde de Svb tot vergoeding van de proceskosten van appellant en bepaalde dat de Svb het betaalde griffierecht vergoedt.
Uitkomst: Appellant krijgt kinderbijslag toegekend vanaf het derde kwartaal 2008 tot en met het vierde kwartaal 2009 met vernietiging van de eerdere uitspraak.