ECLI:NL:CRVB:2011:BU1593
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande, maar uit onderzoek van de Sociale Verzekeringsbank en de sociale recherche van Almere bleek dat zij met betrokkene een gezamenlijke huishouding voerde van 26 maart 2008 tot 8 februari 2009. Het College van B&W Almere had daarom de bijstand over deze periode ingetrokken en teruggevorderd wegens het niet melden van de gezamenlijke huishouding.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en ook in hoger beroep handhaaft de Centrale Raad van Beroep deze beslissing. De Raad baseert zich op gedetailleerde en consistente verklaringen van betrokkene, die op twee verschillende data zijn afgelegd en ondertekend, en op het feit dat betrokkene tijdens een huisbezoek aanwezig was en persoonlijke spullen in de woning van appellante had.
De Raad stelt vast dat appellante en betrokkene hun hoofdverblijf hadden in dezelfde woning en zorg droegen voor elkaar, zoals blijkt uit gezamenlijke maaltijden, huishoudelijke taken en verzorging tijdens ziekte. Appellante heeft daarmee de inlichtingenverplichting geschonden. De intrekking van de bijstand en terugvordering zijn daarom terecht. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.