ECLI:NL:CRVB:2011:BT8818
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens ontbreken toename arbeidsbeperkingen
Appellante, die sinds 1999 een WAO-uitkering ontving wegens psychische en voetklachten, kreeg deze in 2004 ingetrokken omdat haar verdiencapaciteit minder dan 15% was verminderd. Na een ziekmelding in november 2007 en een aanvraag voor hernieuwde uitkering, weigerde het UWV deze op grond van artikel 43a WAO wegens het ontbreken van een toename in haar medische situatie.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar lichamelijke en psychische klachten waren verslechterd, met nieuwe medische verklaringen van haar psychiater, huisarts en orthopedisch chirurg. De Raad overwoog echter dat deze gegevens reeds bekend waren en waren meegewogen in eerdere rapportages. De verzekeringsartsen concludeerden dat er geen objectieve toename van beperkingen was ten opzichte van de Functionele Mogelijkhedenlijst van 2004.
De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, oordeelde dat de medische situatie niet was verslechterd in de zin van artikel 43a WAO en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad bevestigt de weigering van de WAO-uitkering wegens het ontbreken van een toename van de arbeidsbeperkingen.