ECLI:NL:CRVB:2011:BT8430
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet opgegeven inkomsten
Appellante ontvangt sinds 1993 bijstand en werd onderzocht vanwege vermoedens van niet opgegeven inkomsten uit schoonmaakwerk. De Commissie Sociale Zekerheid van Breda herzag de bijstand over 2008-2009 en vorderde €6.749,06 terug, tevens legde zij een maatregel op. Appellante maakte bezwaar tegen herziening en terugvordering, maar niet tijdig tegen de maatregel.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de maatregel niet-ontvankelijk wegens te late indiening, en wees het beroep verder af. In hoger beroep betwistte appellante de termijnoverschrijding en de hoogte van de inkomsten. De Raad oordeelde dat het bezwaar tegen de maatregel inderdaad te laat was en niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard, zonder dat sprake was van verontschuldigbare termijnoverschrijding.
Daarnaast bevestigde de Raad dat appellante gedurende vier uur per week schoonmaakwerk verrichtte en €46 per week ontving, zoals onderbouwd door een verklaring van de opdrachtgever. Appellante kon dit niet aannemelijk anders aantonen. De Raad bevestigde daarom de herziening en terugvordering en de uitspraak van de rechtbank, zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van bijstand en verklaart het bezwaar tegen de maatregel niet-ontvankelijk.