ECLI:NL:CRVB:2011:BT8390
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijzondere bijstand voor belastingaanslag over 2007
Appellant ontving in 2007 een AOW-uitkering, een pensioen en bijstand volgens de WWB. Het College herzag de bijstand en vorderde teveel betaalde bedragen terug. Appellant kreeg een belastingaanslag over 2007 en vroeg bijzondere bijstand voor de kosten hiervan, welke werd afgewezen omdat hij in 2007 over voldoende middelen beschikte.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelt appellant dat het College verantwoordelijk is voor de aanslag omdat het verzuimd zou hebben zijn AOW-uitkering te korten op de bijstand, en dat het College daarom bijzondere bijstand moet verlenen.
De Raad oordeelt dat de schuld is ontstaan in een periode waarin appellant over middelen beschikte en dat de terugvordering van bijstand rechtmatig is. De juistheid van de belastingaanslag ligt niet ter beoordeling. Er zijn geen zeer dringende redenen die bijzondere bijstand rechtvaardigen. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijzondere bijstand omdat appellant in 2007 over voldoende middelen beschikte en de schuld niet door het College is veroorzaakt.