ECLI:NL:CRVB:2011:BT8388
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beperking terugwerkende kracht kinderbijslag tot één jaar
Appellant vroeg kinderbijslag aan voor zijn aangetrouwde dochter met terugwerkende kracht vanaf het derde kwartaal 2008. De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende een voorschot toe vanaf dat kwartaal, maar weigerde uit te keren voor de periode daarvoor, omdat terugwerkende kracht wettelijk beperkt is tot maximaal één jaar, tenzij sprake is van een bijzonder geval.
Appellant voerde aan dat hij vanwege langdurig verblijf in het buitenland en onbekendheid met de Nederlandse wetgeving niet eerder had kunnen aanvragen. De Svb en rechtbank oordeelden dat onbekendheid met de wet geen bijzonder geval vormt en dat appellant redelijkerwijs op de hoogte had kunnen zijn van zijn rechten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en wijst het beroep af. Tevens is geoordeeld dat het afzien van een hoorzitting door de Svb terecht was, gezien de schriftelijke verklaring van appellant dat hij niet wilde verschijnen.
De uitspraak bevestigt dat de wettelijke beperking van terugwerkende kracht strikt wordt toegepast en dat onbekendheid met regelgeving niet zonder meer tot een uitzondering leidt.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beperking van terugwerkende kracht tot één jaar wordt bevestigd.