ECLI:NL:CRVB:2011:BT7673
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar uitkeringshoogte Wubo
Appellant, geboren in 1935, ontving sinds december 2000 een periodieke uitkering en toeslag op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Bij besluit van 17 december 2009 werd de hoogte van zijn uitkering vastgesteld op €335,63 bruto per maand met ingang van 1 januari 2009. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat appellant geen argumenten had aangevoerd die betrekking hadden op de vaststelling van de uitkeringshoogte.
In het beroep stelde appellant dat hij en zijn familie tijdens de Japanse bezetting en de daaropvolgende Bersiap-periode in Nederlands-Indië veel leed hadden geleden, met blijvende psychische en lichamelijke gevolgen en hoge kosten. De Raad oordeelde dat deze argumenten niet relevant waren voor de hoogte van de uitkering zoals vastgesteld in het besluit van 17 december 2009, waarop het bezwaar betrekking had. Daarom was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees op de mogelijkheid voor appellant om een aparte aanvraag in te dienen voor een tegemoetkoming in de kosten die verband houden met het door hem aangedragen leed. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door R. Kooper, in aanwezigheid van griffier E. Heemsbergen, op 13 oktober 2011.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de niet-ontvankelijkverklaring van zijn bezwaar tegen de uitkeringshoogte is ongegrond verklaard.