ECLI:NL:CRVB:2011:BT7156
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten medisch adviseur bij weigering Wajong-uitkering
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van een medisch adviseur die zij inschakelde in het kader van een bezwaarprocedure tegen de afwijzing van haar Wajong-uitkering. Het College wees de aanvraag af omdat de kosten niet als noodzakelijke kosten werden beschouwd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat de situatie niet wezenlijk afweek van eerdere jurisprudentie.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij volledig had meegewerkt aan het medisch onderzoek van het UWV, maar vanwege het negatieve besluit een onafhankelijk medisch advies nodig had. De Raad oordeelde dat de bezwaarprocedure bij het UWV voldoende waarborgen biedt en dat het inschakelen van een eigen medisch adviseur in principe voor eigen rekening komt, tenzij het bestuursorgaan het besluit herroept wegens onrechtmatigheid.
De Raad concludeerde dat de kosten van het rapport van de medisch adviseur niet als noodzakelijke kosten in de zin van de WWB kunnen worden aangemerkt en bevestigde daarom het besluit van het College. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor de kosten van een medisch adviseur wordt afgewezen omdat deze niet als noodzakelijke kosten worden aangemerkt.