ECLI:NL:CRVB:2011:BT6980
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering toekenning WAO-uitkering wegens ontbreken toegenomen beperkingen
Appellant, die sinds 1975 een WAO-uitkering ontving vanwege arbeidsongeschiktheid als gevolg van een bedrijfsongeval, verzocht in 2009 om hernieuwde toekenning van de uitkering wegens vermeende toegenomen beperkingen. Het UWV wees dit verzoek af omdat uit medisch onderzoek bleek dat er tussen 1996 en 2001 geen sprake was van een onafgebroken periode van toegenomen arbeidsongeschiktheid van ten minste vier weken.
De rechtbank Roermond verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant in hoger beroep ging. Hij stelde dat nieuwe medische informatie aantoonde dat zijn klachten, waaronder rug- en nekpijn veroorzaakt door een beenlengteverschil, binnen vijf jaar na intrekking van de uitkering waren toegenomen.
De Raad overwoog dat de medische gegevens, waaronder rapportages van de huisarts en een bezwaarverzekeringsarts, geen bewijs leverden van toegenomen beperkingen in de relevante periode. De klacht over het beenlengteverschil werd niet als oorzaak van arbeidsongeschiktheid erkend omdat het verschil te gering was om klachten te verklaren. Ook ontbraken objectieve medische gegevens die een toename van arbeidsongeschiktheid aantoonden.
Daarom werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard; weigering WAO-uitkering bevestigd wegens ontbreken toegenomen beperkingen.