ECLI:NL:CRVB:2011:BT6216
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. Beuker-Tilstra
- R. Kooper
- A.A.M. Mollee
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ontslagdatum heemraad na motie van wantrouwen en gevolgen voor wachtgeld
Appellante was sinds 1998 lid van het dagelijks bestuur (heemraad) van het waterschap Hollandse Delta. Op 10 september 2008 nam het algemeen bestuur een motie van wantrouwen aan, waarna appellante de vergadering verliet en daarmee volgens de Raad feitelijk aftrad. Hoewel zij pas op 24 september 2008 een ontslagbrief indiende met ingang van 1 oktober 2008, achtte de Raad deze latere datum niet bepalend.
Het geschil betrof de ontslagdatum, die bepalend is voor de duur van de wachtgelduitkering op grond van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). Het algemeen bestuur stelde de ontslagdatum vast op 10 september 2008 en kende een wachtgeldperiode van zes jaar toe. Appellante vorderde wachtgeld vanaf 1 oktober 2008 tot haar 65e.
De Raad overwoog dat bij verlies van vertrouwen het ontslag per direct geldt en niet afhankelijk kan worden gesteld van het schriftelijke bericht zoals bedoeld in het reglement. Appellante had in woord en gedrag duidelijk gemaakt dat zij haar functie had neergelegd, onder meer door haar afscheidstoespraak en het verlaten van de vergadering. Latere handelingen betroffen overdracht en waren niet indicatief voor voortzetting van het lidmaatschap.
Daarom verklaarde de Raad het beroep ongegrond en stelde vast dat de ontslagdatum 10 september 2008 is. Het beroep tegen het tweede besluit werd ingetrokken omdat het geen zelfstandige betekenis meer had. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de ontslagdatum wordt vastgesteld op 10 september 2008.