ECLI:NL:CRVB:2011:BT2567
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende toename psychische klachten
Appellante, werkzaam geweest als schoonmaakster, ontving een WAO-uitkering die in 2008 werd ingetrokken wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Na melding van vermeende toename van haar psychische klachten in 2009, weigerde het UWV de hernieuwde toekenning van de uitkering. Een bezwaarverzekeringsarts concludeerde dat er geen medische onderbouwing was voor een wezenlijke verslechtering van haar psychische toestand, ondanks meldingen van een gegeneraliseerde angststoornis door de behandelend psycholoog.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar psychische klachten en beperkingen waren toegenomen, mede door bijkomende lichamelijke klachten. De Centrale Raad overwoog dat de bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig had vastgesteld dat de GAF-score niet wezenlijk was veranderd en dat er geen zwaarwegende medische argumenten waren voor meer beperkingen dan in 2007 waren vastgesteld.
De Raad benadrukte dat het ontbreken van psychologische testen niet doorslaggevend is, maar dat objectieve medische gegevens bepalend zijn. Gezien het ontbreken van bewijs voor een toename van beperkingen, werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.